1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen buiten door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
2.Het college kan gedeelten van openbaar water als ligplaatsen aanwijzen voor vaartuigen en kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op de krachtens dit lid aangewezen gedeelten van openbaar water:
a.nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
b.beperkingen stellen naar tijdsduur, soort en aantal vaartuigen.
3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, of de Provinciale vaarwegenverordening vanwege hetzelfde motief.
4.Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
5.De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
6:Het bepaalde in het vierde- en vijfde lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, of de Provinciale Vaarwegenverordening Zuid-Holland vanwege hetzelfde motief
HOOFDSTUK 5. › Paragraaf
Artikel 5:25
Ligplaats vaartuigen*
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014