Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is verstrekt. 2.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of pgb wordt vastgesteld conform de maximale variant in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is nooit hoger dan de kostprijs van de betreffende voorziening. 3.. Geen bijdrage is verschuldigd voor een maatwerkvoorziening voor collectief vervoer. 4.. De bijdrage voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt gebaseerd op het verschil tussen de bijstandsnorm die voor de cliënt geldt en de norm persoonlijke uitgaven zoals bepaald in artikel 23 van de Participatiewet. 5.. Voor cliënten van 18 tot en met 20 jaar in de opvang van de maatschappelijke opvang bedraagt de bijdrage € 300,- per maand. 6.. Voor cliënten in de opvang van de vrouwenopvang bedraagt de bijdrage met ingang van 1 juli 2017 € 227,50 per maand, waarbij de cliënten zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse voeding. 7.. De bijdrage voor voltijdsopvang wordt voor de cliënt bepaald per maand, waarbij de bijdrage is verschuldigd voor iedere dag dat de cliënt gebruik maakt van de voltijdsopvang. 8.. Een maand als bedoeld in lid 7 bestaat uit dertig (30) dagen. 9.. Voor cliënten met aantoonbare dubbele woonlasten, wordt de bijdrage voor een maatwerkvoorziening opvang verminderd met een forfaitair bedrag, gelijk aan 20% van de geldende bijstandsnorm. 10.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, lid 7, van de Wmo 2015, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 11.. Geen bijdrage is verschuldigd voor een woonvoorziening voor een minderjarige cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel