De inzet van hulp en ondersteuning op grond van deze verordening is primair gericht op:
het bevorderen of behoud van zelfredzaamheid en participatie, zodat iedereen zo volledig en volwaardig mogelijk mee kan doen aan de samenleving;
een integrale aanpak, waarin de leefwereld centraal staat;
dienstverlening zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig, met de focus op normaliseren;
zelfregie bij de inwoner;
het vergroten van het zelfoplossend vermogen van de inwoner;
(waar mogelijk) vereenvoudigen van de dienstverlening aan de inwoner;
het bouwen aan een sterke en veerkrachtige basis van burgerkracht in de samenleving.
Artikel 2.