**1..** De cliënt komt slechts voor een bepaalde maatwerkvoorziening in aanmerking, als deze gezien de problemen of beperkingen van de cliënt, langdurig noodzakelijk is, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt.
**2..** Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als:
voor de problematiek, die ten grondslag ligt aan de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
de cliënt de gevraagde voorziening vóór de datum van de beschikking geheel of gedeeltelijk heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven;
de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet is verstreken, tenzij:
de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of
de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel heeft vergoedt;
de aanspraak niet is vast te stellen doordat de cliënt niet of onvoldoende inlichtingen verstrekt dan wel medewerking verleent als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 7 en 2.3.8 lid 3 van de Wmo 2015.
als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.
**3..** Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening voor het vervoer houdt het college alleen rekening met verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, met een maximum van 2000 kilometer op jaarbasis.
**4..** [vervallen]
**5..** Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening ten behoeve van het wonen:
als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van het onderhoud;
als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarin de voorziening wordt getroffen;
voor woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning.
als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte.
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;
als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;
als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.
**6..** Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ten behoeve van het wonen kan het college het primaat van verhuizen toepassen. In dat geval verstrekt het college een financiële tegemoetkoming van € 2500,-.
**7..** Het college kan bij nadere regels aanvullende voorwaarden stellen voor de (wijze van) toekenning van maatwerkvoorzieningen.
Artikel 7.
Voorwaarden en weigeringsgronden [Wmo]
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Echt-Susteren 2020