Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Voorwaarden en weigeringsgronden [Jeugdwet]

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Echt-Susteren 2020

1. . Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet indien: sprake is van een hulpvraag die behoort tot de gebruikelijke opvoedingsopgaven en/ of normale ontwikkelingsuitdagingen van jeugdigen, zoals bedoeld in Bijlage 2; de jeugdige of zijn ouder of wettelijk vertegenwoordiger, al dan niet met inzet van het sociaal netwerk of van andere (hulpverlenende instanties), in voldoende mate in staat zijn de noodzakelijke hulp te organiseren die aansluit bij de hulpvraag; de noodzakelijk hulp naar het oordeel van het college op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met voorliggende, algemeen toegankelijke voorzieningen kan worden gerealiseerd; van de ouder of wettelijk vertegenwoordiger in redelijkheid kan worden verwacht dat deze zelf de benodigde hulp biedt, mede in het licht van hun wettelijke opvoedingsverantwoordelijkheid als bedoeld in de artikelen 82 en 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; redelijkerwijs van de ouder of wettelijk vertegenwoordiger kan worden verlangd dat deze zijn maatschappelijke activiteiten, waaronder werk, aanpassen om overbelasting te voorkomen of op te heffen; de benodigde hulp op andere wijze wordt bekostigd, bijvoorbeeld via de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg of de Wet kinderopvang; de ouder of wettelijk vertegenwoordiger beschikt over een aanvullende zorgverzekering die de benodigde hulp dekt, en gebruik hiervan in redelijkheid kan worden verlangd; de benodigde jeugdhulp uitsluitend voortkomt uit maatschappelijke, psychische of relationele problemen van de ouder of wettelijk vertegenwoordiger, en naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag zoals bedoeld in de Jeugdwet. Dit geldt niet wanneer er, naast deze ouderproblematiek, sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.

Rechtspraak bij dit artikel