Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Regels voor pgb: algemeen [Wmo/Jeugdwet]

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Echt-Susteren 2020

1.. Het college kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb, naast de genoemde eisen en weigeringsgronden als genoemd in artikel 2.3.6 lid 2 van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1 lid 2 van de Jeugdwet, weigeren als: de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft ingediend volgens het door het college vastgestelde model; de cliënt weigert het budgetplan met het college te bespreken of, na voor bespreking van het budgetplan te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard; ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat de cliënt met het pgb toereikende zorg van goede kwaliteit zal inkopen. 2. . Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder dan wel het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die geen onafhankelijke organisatorische of financiële relatie heeft met de persoon of organisatie die de jeugdhulp levert, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend of de persoon eerste of tweedegraads bloed- of aanverwant is van de jeugdige er sprake is van onvoldoende nabijheid tot de cliënt in de vorm van (fysieke) aanwezigheid en tijd; schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. 3.. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke jeugdhulp dan wel diensten, hulpmiddelen, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en welke ondersteuning de cliënt wil laten uitvoeren door een professionele organisatie, een gediplomeerde zzp’er of freelancer, een zorgprofessional in loondienst, een niet-zorgprofessional in loondienst en/of naaste familie; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparaties, keuringen en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura. 4.. Een pgb mag alleen worden besteed aan de kosten van ondersteuning. 5.. De hoogte van een pgb bedraagt voor: diensten, door: een professionele organisatie: maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura, zoals door het college vastgesteld op grond van artikel 18 lid 1 van deze verordening dan wel gecontracteerd voor het betreffende jaar; een gediplomeerde zzp’er of freelancer: maximaal 80% van de kostprijs zoals bedoeld in onderdeel 1.; een niet-zorgprofessional in loondienst: het wettelijk minimumloon (incl. vakantiegeld en vakantie uren) en daarna vermeerderd met 20% van dat loon ten behoeve van werkgeverslasten; naaste familie: het wettelijk minimumloon (incl. vakantiegeld); begeleiding, in afwijking van sub a van dit lid, door: een professionele organisatie: maximaal een kostprijs van € 53,40 per uur voor begeleiding individueel en maximaal een kostprijs van € 35,97 per dagdeel voor begeleiding groep (prijspeil 2021), met een jaarlijkse indexering volgens de OVA-index (uitgaande van de voorlopige index zoals bekend op Prinsjesdag van het voorafgaande jaar en eventueel aangepast op grond van de definitieve OVA-index van het lopende jaar); een gediplomeerde zzp’er of freelancer: maximaal 80% van de kostprijs zoals bedoeld in onderdeel; Niet-professional in loondienst en/of naaste familie: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Indien werkgeverslasten moeten worden afgedragen, wordt het bedrag daarmee verhoogd. kortdurend verblijf, in afwijking van sub a van dit lid, door: een professionele organisatie: maximaal een kostprijs van € 86,90 per etmaal (prijspeil 2021), met een jaarlijkse indexering volgens de OVA-index (uitgaande van de voorlopige index zoals bekend op Prinsjesdag van het voorafgaande jaar en eventueel aangepast op grond van de definitieve OVA-index van het lopende jaar). een gediplomeerde zzp’er of freelancer: maximaal 80% van de kostprijs zoals bedoeld in onderdeel 1.; Hulp bij het huishouden, in afwijking van sub a van dit lid door: Niet-professional in loondienst en/of naaste familie: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Indien werkgeverslasten moeten worden afgedragen, wordt het bedrag daarmee verhoogd. regulier vervoer van en naar de dagbesteding, in afwijking van sub a van dit lid: maximaal het bedrag van € 7,79 per dag (prijspeil 2021) met een jaarlijkse indexering volgens de OVA-index (uitgaande van de voorlopige index zoals bekend op Prinsjesdag van het voorafgaande jaar en eventueel aangepast op grond van de definitieve OVA-index van het lopende jaar); voor rolstoelvervoer maximaal het bedrag van € 21,73 per dag (prijspeil 2021) met een jaarlijkse indexering volgens de OVA-index (uitgaande van de voorlopige index zoals bekend op Prinsjesdag van het voorafgaande jaar en eventueel aangepast op grond van de definitieve OVA-index van het lopende jaar). taxi- en rolstoeltaxivervoer, in afwijking van sub a van dit lid: maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura zoals gecontracteerd voor het betreffende jaar, met een maximum van 2000 kilometers per jaar; een zaak: maximaal het bedrag van de goedkoopst passende maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten; maximaal het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte als de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 6.. Het college kan in nadere regels aanvullende bepalingen opnemen, waaronder nadere (kwaliteits)eisen die gesteld worden aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel