Naar hoofdinhoud
15.1. Algemene plaatsbepaling Een planologische afwijkingsmogelijkheid kan alleen verleend worden, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de woonsituatie; de verkeersveiligheid, (o.a. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte); de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld c.q. de stedenbouwkundige samenhang. Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is sprake als de bebouwingskarakteristiek wordt aangetast en/of de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast. 15.2. Planschadeverhaalsovereenkomst Gelet op de aard en de omvang van de afwijkingsmogelijkheid kan voor de economische uitvoerbaarheid van het plan, ter afwenteling van de eventueel voor de gemeente optredende planschadekosten, een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten worden tussen de gemeente en de initiatiefnemer. In de overeenkomst wordt vastgelegd dat de eventuele planschadekosten voor rekening komen van de initiatiefnemer van het plan. Indien initiatiefnemer niet (tijdig) meewerkt aan het sluiten van deze overeenkomst kan geen medewerking worden verleend aan zijn aanvraag/plan op het moment dat dit plan niet past binnen het bestemmingsplan. De reden hiervoor is dat niet kan worden aangetoond dat de noodzakelijke planologische maatregel (afwijking bestemmingsplan) voor de gemeente economisch uitvoerbaar is. 15.3: Toepassing begripsbepalingen Voor zover in deze beleidsregels niet is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, gelden de begripsbepalingen van het desbetreffende bestemmingsplan. 15.4: Toepassing "wijze van meten" Voor zover in deze beleidsregels niet is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, wordt bij de toepassing van deze beleidsregels de bepalingen in het desbetreffend bestemmingsplan omtrent de "wijze van meten" toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel