Het in artikel 2 bedoelde parkeergeld wordt niet geheven voor het parkeren van een voertuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel a., op de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen door:
invaliden, die in het bezit zijn van een vanwege het college van burgemeester en wethouders af te geven bewijs;
personen van gemeente, rijk en provincie, politie alsmede ambulances voor zover het voertuig in de uitoefening van de dienst wordt gebruikt en als dienstvoertuig uiterlijk duidelijk kenbaar is.