Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.2

Wettelijk kader

Onderdeel van NOTA INTEGRALE HANDHAVING Jaarverslag 2017/2018 en Uitvoeringsprogramma 2019

Het uitvoeringsprogramma laat zien welke taken in het jaar worden uitgevoerd en hoe de capaciteit wordt ingezet. Het is zinvol om de daarin gestelde doelen en de verrichte werkzaamheden te evalueren. Het Bor stelt hieraan ook eisen in artikel 7.7 Bor en artikel 10.6 van de Mor. Zo moet in het jaarverslag worden aangegeven of de in het uitvoeringsprogramma opgenomen werkzaamheden zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan de gestelde algemene en specifieke doelen. Het jaarverslag (evaluatie) vormt een belangrijk onderdeel van de beleidscyclus voor toezicht en handhaving overeenkomstig de zogeheten Big-8 welke hieronder is weergegeven. In het Bor zijn kwaliteitseisen opgenomen. Deze eisen een programmatische, strategische en onderling op elkaar afgestemde uitvoering van toezicht. Grondslag voor professionaliteit en kwaliteit binnen toezicht en handhaving op de Wabo is de dubbele regelkring: de Big Eight. Het toezichtprotocol is het hulpmiddel om toezicht uit te voeren volgens deze Big Eight. De bovenste regelkring betreft beleidskeuzen, strategie, het opstellen van een uitvoeringsprogramma en beleidsevaluatie. De onderste regelkring betreft het uitvoeringsprogramma en de professionele werkwijze, uitvoering en monitoring. Kenmerkend is een keuze voor prioriteiten: belangrijke zaken krijgen veel aandacht en minder belangrijke minder. Het bestuur kan zelf de prioriteiten bepalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel