Naar hoofdinhoud
1.. Het college verstrekt een persoonsgebonden budget in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen persoonsgebonden budget voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Het college verstrekt geen persoonsgebondenbudget indien een client schulden heeft. 3.. De hoogte van een pgb: wordt berekend op basis van een prijs of tarief: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 4.. De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld voor: een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; 5.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor onderstaande diensten worden bepaald op basis van het laagst toepasselijk tarief wanneer deze voorziening in natura zou zijn verstrekt. Hiervoor gelden de volgende percentages: Huishoudelijke ondersteuning Gecertificeerde zorgaanbieders: 100% van het natura tarief; ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel): 85% van het natura tarief; Ondersteuning vanuit sociaal netwerk: 50% van het natura tarief. Individuele begeleiding Gecertificeerde zorgaanbieders: 100% van het natura tarief; ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel): 85% van het natura tarief; Ondersteuning vanuit sociaal netwerk: 50% van het natura tarief. Groepsbegeleiding en dagbesteding Gecertificeerde zorgaanbieders: 100% van het natura tarief; ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel): 85% van het natura tarief; Kortdurend verblijf en respijtzorg Gecertificeerde zorgaanbieders: 100% van het natura tarief; ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel): 85% van het natura tarief; 5.. vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; 6.. [vervallen] 7.. een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; 8.. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; 9.. het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een gecertificeerde aannemer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel