Bij het bieden van hulp houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jongere en de ouders.
Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jongere, zijn ouders en eventueel hun sociale netwerk.
De gemeente betrekt de wensen van de jongere en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet.
Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.
Als het gewenste resultaat van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met hulp die vrij toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Kan het gewenste resultaat niet bereikt worden met die hulp, dan wordt hulp-op-maat ingezet.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.1
Uitgangspunten bij het bieden van hulp
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Gemeente Emmen 2020