Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2.3

Hulp-op-maat

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Gemeente Emmen 2020

De gemeente kan de volgende hulp-op-maat aanbieden: basis jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; (zeer) specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; persoonlijke verzorging; vervoer van de jongere van en naar een plek waar jeugdhulp wordt aangeboden; ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien; een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Onverminderd dat wat is bepaald in artikel 1.2.2 Besluit Jeugdwet, heeft pleegzorg hierbij de voorkeur. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig, of een besluit van de gemeente. De Rijksoverheid biedt het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling. De gemeente kan ten behoeve van de jeugdige op wie een kinderbeschermingsmaatregel van toepassing is, waarbij het voor de voogd waar de jeugdige onder toezicht staat blijkt dat het duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking stellen dat gelijk is aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet. De vervangende bijdrage zoals in lid 3 bedoeld is wordt uitbetaald aan de voogd van de jeugdige of de instelling waar de jeugdige verblijft, mits de jeugdhulpinstelling aantoont dat zij zelf voldoende heeft getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht. Ter onderbouwing van de aanspraak op de vervangende bijdrage zoals in lid 3 bedoeld is, overlegt de jeugdhulpinstelling een dossier waaruit de blijkt dat ten minste 1 schriftelijke aanschrijving is gedaan, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan en de ouders van de jeugdige zijn vertrokken onbekend waarheen, of dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden, of dat de ouders op korte termijn niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens en vermogenssituatie. De gemeente kan nadere regels vaststellen over de ter beschikking stellen in het derde lid genoemde vervangende bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel