De gemeente kan een jeugdhulpvoorziening beëindigen als:
de voorziening niet langer passend of nodig is;
de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden;
de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner;
de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening;
de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld;
de inwoner niet binnen 6 maanden gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is.
De jeugdhulpvoorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.2
Beëindigen van een jeugdhulpvoorziening
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Gemeente Emmen 2020