De tweede verstrekkingsvorm is de in artikel 2.3.6. van de wet gestelde mogelijkheid van een persoonsgebonden budget. De Wmo verordening bevat criteria omtrent het verstrekken van een pgb. Het kan ook hierbij gaan om voorzieningen ten behoeve van de zelfredzaamheid of participatie, alsmede om het bieden van beschermd wonen.
Bij het onderzoek moet de inwoner erop worden gewezen welke mogelijkheden er zijn om een pgb aan te vragen en wat de gevolgen zijn van de keuze voor een pgb (artikel 2.3.2. lid 6, Wmo 2015). Verstrekking van een pgb wordt altijd vooraf gegaan door een bewust keuzegesprek en een pgb-vaardigheidscheck (zie bijlage 3). De pgb -houder tekent een formulier waarin hij aangeeft bewust te zijn van de verplichtingen die horen bij het beheren van een pgb (bijlage 5).
Afwegingskader
In artikel 2.3.6, lid 1 is vastgelegd dat als de inwoner dit wenst, de gemeente een pgb verstrekt. Vervolgens wordt beoordeeld of aan de voorwaarden voor het vertrekken van een pgb wordt voldaan. Deze voorwaarden staan in het tweede lid van artikel 2.3.6. genoemd.
Redelijke waardering van belangen
De eerste voorwaarde is dat de inwoner, naar het oordeel van de gemeente op eigen kracht in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn (wettelijk) vertegenwoordiger in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De inwoner moet in staat zijn een contract aan te gaan en verantwoording af te leggen over de besteding van het pgb;
De inwoner moet een zorgverlener kunnen kiezen die aan de zorgvraag kan voldoen en deze kunnen aansturen;
De inwoner moet de administratie met betrekking tot de verleende zorg kunnen bijhouden.
Kan de inwoner de genoemde taken niet zelf uitvoeren, dan kan hij zich ook laten bijstaan door iemand uit zijn sociaal netwerk, of door bijvoorbeeld zijn vertegenwoordiger (bewindvoerder, gemachtigde, mentor), Aan een eventuele derde wordt ook de eis gesteld dat hij in staat is om de taken die bij het pgb behoren te kunnen uitvoeren.
Zorgverlener in dienst
Als de inwoner 4 of meer dagen per week ondersteuning inkoopt, is hij als werkgever aan te merken met de daarbij behorende verplichtingen. Deze werkgeverstaken moeten ook uitgevoerd kunnen worden9https://www.svb.nl/int/nl/pgb/van_wie_krijgt_u_zorg/mijn_zorgverlener_is_bij_mij_in_dienst/.
Motivering
De tweede voorwaarde betreft de motivering door de aanvrager. Van belang hierbij is dat het duidelijk is dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om voor pgb te kiezen en niet van bijvoorbeeld de aanbieder of een vertegenwoordiger. Wanneer de inwoner het verzoek terecht heeft gemotiveerd, kan het verzoek niet op grond van de motiveringseis worden geweigerd. Hiervan kan worden afgeweken als er sprake is van mentorschap of curatele.
Bewust keuzegesprek
Indien de inwoner een pgb overweegt, zal met hem/haar een bewust keuzegesprek worden gevoerd. Dit gesprek vindt plaats buiten de aanwezigheid van de zorgaanbieder. Het bewust keuzegesprek is bedoeld om te beoordelen in hoeverre het verzoek om een pgb een eigen keuze is van de inwoner. Tevens zal tijdens dit gesprek de pgb-vaardigheid worden getoetst . Het bewust keuze gesprek wordt ook met de vertegenwoordiger gevoerd indien daar sprake van is.
Kwaliteit van de voorziening
De derde voorwaarde is dat de ondersteuning op maat die met het pgb ingekocht wordt veilig, doeltreffend en inwonergericht is. De kwaliteit van de ingekochte ondersteuning moet goed zijn. Bij de beoordeling hiervan moet worden gekeken of de ondersteuning op maat die wordt ingekocht, geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Dit kan blijken uit de overeenkomst die met de ondersteuner wordt afgesloten. De vraag die beantwoord dient te worden is of de aanbieder in staat is om de noodzakelijke ondersteuning veilig, doeltreffend en op de inwoner gericht, te verzorgen.
De verordening bevat de algemeen geldende kwaliteitseisen. Binnen de Wmo zijn daarnaast de met partijen overeengekomen contracten van belang.
Pgb-beheer door anderen dan de inwoner zelf
Het is niet toegestaan dat de zorgaanbieder het pgb beheert. Dit kan leiden tot ongewenste belangenverstrengeling.
Er kan een uitzondering worden gemaakt in de situatie dat de wettelijk vertegenwoordiger ook de ondersteuning uitvoert10Ongewenste belangenverstrengeling kan een reden zijn om het pgb-beheer door de betrokken ondersteuner te weiger, zie ECLI:NL:RBGEL:2018:3911.. Deze uitzonderen moet met redenen omkleed zijn.
Bij ongewenste belangenverstrengeling tussen de pgb-beheerder en de zorgaanbieders wordt een pgb geweigerd.
Kosten voor een pgb-beheerder
Er wordt geen pgb verstrekt voor zover dit is bedoeld voor ondersteunings- of administratiekosten. Het pgb ziet niet op het financieren van de kosten van een vertegenwoordiger, zoals een bemiddelingsbureau.
Overige weigeringsgronden
Naast de genoemde voorwaarden, kent de Wmo 2015 twee weigeringsgronden voor een pgb. Deze zijn opgenomen in artikel 2.3.6 vijfde lid van de wet:
Voor zover de kosten van het pgb hoger zijn dan de door de gemeente te kunnen verstrekken voorziening in natura wordt het pgb geweigerd.
Indien de inwoner een duurdere voorziening wenst dan de door de gemeente als adequaat bevonden, verstrekt de gemeente een pgb ter hoogte van het bedrag van de voorgestelde ondersteuning op maat . De inwoner wordt in de gelegenheid gesteld het meerdere zelf bij te betalen.
De gemeente zal ook geen pgb verstrekken indien er de afgelopen drie jaren voorafgaande aan het onderzoek toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10 eerste lid onder a., d. en e. van de wet.
Het artikel vermeldt het volgende:
De inwoner heeft onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens zou tot een andere beslissing hebben geleid.
De inwoner voldoet niet aan de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden.
De inwoner gebruikt het persoonsgebonden budget voor een ander doel.
Progressief ziektebeeld
Naast deze uitzonderingen komt het voor dat bij een aanvrager met een zeer progressief ziektebeeld al op voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is, wellicht daarna weer. Het is dan ook de vraag of deze situatie zich wel leent voor een pgb. Dit zal per situatie beoordeeld dienen te worden. Er dient immers steeds sprake te zijn van een langdurige noodzaak tot ondersteuning.
Resultaten
De inwoner (budgethouder) krijgt zelf de regie over de geleverde maatschappelijke ondersteuning en tevens krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de geleverde ondersteuning. De gemeente kan periodiek in gesprek gaan met de inwoner (budgethouder) over de behaalde resultaten met het persoonsgebonden budget.
Omvang
De gemeente bepaalt de omvang (het aantal uren) van het pgb.
Verantwoordelijk voor besteding
Degene aan wie het pgb is toegekend, blijft verantwoordelijk voor het budget en de besteding daarvan. Mocht er budget teruggevorderd worden, dan wordt dit teruggevorderd van de inwoner. In situaties waarin de zorgverlener zich schuldig heeft gemaakt aan onjuist besteding van het pgb, geldt op grond van het derdenbeding dat van hen kan worden teruggevorderd.11Ter bescherming van de budgethouder heeft het ministerie van VWS het derdenbeding verplicht gesteld. Dit betekent dat de gemeente zich tot de zorgverlener kan wenden als deze zich ten onrechte laat betalen uit het pgb.
Vereisten pgb
Bij beschikking maakt de gemeente zijn besluit aan de aanvrager bekend. In deze beschikking vermeldt de gemeente wat de omvang van het pgb is en voor hoeveel jaar het pgb bedoeld is. Om volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het pgb dient te worden bekostigd en meer precies: aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt zo nauwkeurig mogelijk omschreven voor welk resultaat het pgb wordt aangewend, welke kwaliteitseisen gelden, wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen, wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en de wijze van facturering en van verantwoording van de besteding van het pgb.
Hoogte pgb
In de Wmo-verordening zijn de (gedifferentieerde) pgb-tarieven vastgelegd en uitgewerkt.
Verantwoordingsvrij bedrag
Het is voor gemeenten mogelijk om een zogenaamd verantwoordingsvrij bedrag te hanteren. Dit bedrag wordt zonder dat er verantwoording hoeft te wordt afgelegd door de SVB uitbetaald. In het kader van het overgangsrecht gold in het jaar 2015 nog een verantwoordingsvrij bedrag voor de ondersteuning geboden in het kader van de taken die vanuit de AWBZ zijn overgekomen naar de gemeente. Emmen kent geen verantwoordingsvrij bedrag.
Trekkingsrecht
Een pgb wordt niet uitbetaald op rekening van de inwoner. Het Pgb vindt plaats onder trekkingsrecht. Dit betekent dat de gemeente het Pgb op de rekening van de Sociaal Verzekeringsbank (SVB) stort, zodat de SVB, na diverse checks, de betalingen vervolgens aan de zorgverlener of zorginstelling verricht. Zowel de inwoner (budgethouder) als de gemeente krijgt inzicht in de besteding van het pgb en zij ontvangen overzichten, waarin duidelijk wordt hoeveel van het pgb waaraan is besteed en wat er nog van over is. Na afloop van ieder kalenderjaar verstrekt de SVB een totaaloverzicht van de bestedingen. Niet bestede bedragen worden teruggestort aan de gemeente12https://www.svb.nl/Images/9245NX.pdf.