Kunnen de beperkingen worden verminderd of weggenomen door een beroep te doen op andere wetgeving? De gemeente beoordeelt allereerst in hoeverre andere wetgeving voorziet in een oplossing voor de ondersteuningsvraag.
Als andere wetgeving, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Jeugdwet, de Participatiewet of de Wet op de kinderopvang (maar ook andere wetgeving), voorziet in een oplossing ten aanzien van de ondervonden beperkingen, zal de gemeente van de inwoner verlangen om zich tot de met uitvoering van die wet belaste instelling/organisatie te wenden. Elke wet beoogt een ander doel en het is logischerwijs niet de bedoeling dat de met uitvoering van wetgeving belaste organisaties dit door elkaar laten lopen. Indien de Jeugdwet of Participatiewet voorziet in een oplossing, zal de gemeente zelf zorgdragen voor verwijzing, omdat hiervoor de gemeente zelf verantwoordelijk is.
Voorbeelden:
De inwoner vraagt op grond van de Wmo in aanmerking te komen voor een rolstoel, met als doel deze rolstoel voor incidentele uitstapjes te gebruiken. De inwoner dient hiervoor een beroep op de Zvw te doen.
De inwoner die een beroep doet op de Wmo ten aanzien van het kunnen zorgen voor de kinderen, wordt allereerst verwezen naar de mogelijkheden op grond van de Wet op de kinderopvang.
Indien er in uitzonderlijke gevallen onduidelijkheid bestaat over de vraag of een andere wettelijke regeling voorziet in het bieden van een oplossing voor de ondersteuningsvraag, kan de gemeente besluiten om op grond van de Wmo maatschappelijke ondersteuning voor tijdelijke duur in te zetten23Memorie van toelichting Wmo 2015, pagina 29..
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Andere wetgeving
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2020