Onder zelfredzaamheid wordt tevens verstaan het kunnen wonen in een schoon en leefbaar huis. Het gaat bij een schoon en leefbaar huis om licht en zwaar huishoudelijk werk, alsmede om het overnemen van de wasverzorging en de opvang en verzorging van de kinderen. Indien noodzakelijk wordt ook de regievoering overgenomen. Het betreft alle activiteiten om het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en berging (mits deze regelmatig gebruikt worden), schoon en leefbaar te houden. De ruimten zijn de ruimten die voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn.
Van de inwoner wordt verwacht dat hij/zij de medewerking verleent om de ondersteuning zo efficiënt mogelijk te laten plaatsvinden. Dit betekent dat van de inwoner mag worden verwacht dat bijvoorbeeld, rekening wordt gehouden met de inrichting van de woning, het gebruik van spullen etc. Een en ander dient zo goed als mogelijk te zijn afgestemd op de eigen situatie. De inwoner heeft hierin een eigen verantwoordelijk en hieruit vloeit voort dat, in het algemeen, het type en de grootte van de woning niet van invloed zijn op de hoeveelheid te verstrekken ondersteuning. Dit zijn keuzes waarop men zelf invloed kan uitoefenen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het verzorgen van huisdieren, (niet zijnde hulphonden/dieren). De gevolgen hiervan op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid.
Het resultaat van de ondersteuning moet zijn dat de woning schoon en leefbaar is. Dit is ook opdracht die de hoofdaanbieders hebben gekregen. Onder een schoon en leefbaar huis wordt verstaan dat de ruimtes die bedoeld zijn voor dagelijks gebruik schoon zijn. In het algemeen gaat het dan om de volgende ruimtes in een woning: de keuken, sanitaire ruimtes, de gang en de trap, woonkamer en de in gebruik zijnde slaapkamers. De genoemde ruimtes moeten met enige regelmaat worden schoongemaakt. Dit betekent niet dat alle ruimtes wekelijks schoongemaakt hoeven te worden. Wel moet de woning niet vervuilen en er moet een algemeen aanvaard basisniveau voor schoon en leefbaar gerealiseerd worden.
Gelet op uitspraken van de Centrale Raad van Beroep moet duidelijk zijn wat de benodigde tijd is om het resultaat te bereiken. De benodigde tijd wordt bepaald conform het onderzoek dat is uitgevoerd door KPMG Plexus en bureau HHM van juli 2016. Bij dit onderzoek is gekeken, naar de werkzaamheden die nodig zijn om een woning schoon en leefbaar te maken en welke tijd daarmee gemoeid is. Uit dit onderzoek volgt dat met een jaarlijkse norm van gemiddeld 105 uur het resultaat van een schoon en leefbaar in het algemeen is te bereiken.
In het onderzoek wordt vermeld welke taken uitgevoerd moeten worden en met welke frequentie om te kunnen spreken van een schoon en leefbaar huis. Er is onderscheid gemaakt in de taken die zeer regelmatig uitgevoerd moeten worden en wel slechts één of een enkele keer per jaar moeten gebeuren.
Basisuren
Als iemand niet in staat is zelf of met behulp van anderen de woning schoon en leefbaar te houden, wordt in beginsel 105 uur per jaar schoonmaakondersteuning toegekend met de daarbij behorende schoonmaakactiviteiten zoals beschreven in het KPMG onderzoek. Over de invulling van deze tijd, kan de inwoner nadere afspraken maken met de aanbieder. Dit wordt in een ondersteuningsplan vastgelegd.
Maatwerk
Schoonmaakondersteuning is een vorm van ondersteuning op maat. Dit betekent dat als gevolg van objectiveerbare beperkingen van de inwoner het nodig kan zijn dat meer tijd moet worden ingezet dan de 105 uur per jaar. De grootte van het huishouden is in het algemeen geen aanleiding om meer uren in te zetten, het moet gaan om de beperkingen die een persoon ondervindt. Dit moet via een onderzoek worden vastgesteld. Ook het hebben van huisdieren is in principe geen reden om de hulp uit te breiden.
Aanleiding voor het inzetten van extra tijd kan zijn onder meer zijn dat er meer tijd nodig is om het huis beter stofvrij te maken omdat de inwoner een astmatische aandoening heeft. Ook de aanwezigheid van kinderen die jonger zijn dan 12 jaar kan aanleiding zijn voor een inzet van extra uren. De noodzaak voor de inzet van de extra uren, moet komen vast te staan aan de hand van onderzoek. De beperkingen waardoor extra tijd moet worden ingezet, moeten aantoonbaar zijn. Ook moet duidelijk zijn dat deze extra tijd niet via eigen mogelijkheden, zoals onder meer de inzet van het sociaal netwerk, of via gebruikelijke hulp is op te lossen.
Beschikken over schoon linnen- en beddengoed en schone kleding.
Om er voor te zorgen die de inwoner kan beschikken over schone kleding etc. kan er gebruik worden gemaakt van de was- en strijkservice. Als blijkt uit het onderzoek dat met de was niet zelf, of met behulp van anderen, kan doen mag gebruik worden gemaakt van deze service. De was- en strijkservice houdt in dat de was thuis bij de inwoner wordt opgehaald en weer schoon wordt teruggebracht. Indien uit onderzoek blijkt dat de inwoner niet in staat is om gebruik te maken van de was- en strijkservice en er ook geen andere mogelijkheden zijn om de was zelf te verzorgen, dan wordt dit door de aanbieder van de schoonmaakondersteuning thuis bij de inwoner verzorgd.
Maaltijdverzorging
Onder maaltijdverzorging wordt verstaan het verzorgen van de broodmaaltijd, koffie en thee zetten, de warme maaltijd opwarmen. Het uitgangspunt is dat het te behalen resultaat is dat indien nodig 1 keer per dag de broodmaaltijd wordt bereid en klaargezet en 1 keer per dag de warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet.
Benodigde aanvullende tijd
Het vaststellen van de benodigde tijd is maatwerk. Altijd moet gekeken worden of met de basisvoorziening eventueel in aanvulling met de tijd het resultaat kan worden behaald. Gemotiveerd moet worden waarom meer tijd nodig is. Ook is het mogelijk dat het niet noodzakelijk is om de volledige 105 uur te benutten. Het moet dan wel goed gemotiveerd worden waarom dit niet nodig is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als derden taken overnemen van de basisactiviteiten of dat dit men bepaalde schoonmaakwerkzaamheden nog zelf doet.
Om de extra benodigde tijd vast te stellen, wordt gebruik gemaakt van de richtlijn normtijden gemeente Emmen. Deze richtlijn is afgeleid van CIZ protocol. De extra tijd wordt in het ondersteuningsplan vastgelegd.
Richtlijn individuele weging extra uren aanvullende uren enkelvoudige ondersteuning
Maaltijdbereiding (brood/warme maaltijd)
Gemeente Emmen:
Broodmaaltijd bereiden, opruimen, afwassen
15 min. p/keer
Maaltijden opwarmen, opruimen, afwassen
15 min. p/keer
Warme maaltijd bereiden, opruimen, afwassen
30 min. p/keer
Met kind(eren) < 12 jaar, 20 min. Extra
Wasgoed
Max. 60 min.
Max. 90 min. p/w
Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine
10 min. p/w
10 min. p/w
Ophangen of in droger
10 min. p/w
10 min. p/w
Afhalen, strijken
10 min. p/w
10 min. p/w
Vouwen, wegleggen
10 min. p/w
10 min. p/w
Opvang en verzorging kinderen
Opvang van kinderen behoort niet structureel tot de Wmo. Er dient altijd naar voorliggende voorzieningen te worden gekeken. Er kan tijdelijk (maximaal 3mnd) tot max. 40 uur hulp geïndiceerd worden, aanvullend op de eigen mogelijkheden inwoner.
Factoren meer/minder hulp overig
In de volgende situaties kan max 30 min extra tijd toegekend worden,
bij allergie, COPD, CARA (alleen bij een gesaneerde woning);
bij ernstige beperkingen in armen en handen.
Dit is niet cumulatief: slechts max. 1 x 30 min. extra tenzij er kinderen onder de 12 jaar in het gezin zijn, dan kan hier bovenop nog eens 30 min. extra geïndiceerd worden, dus max 2x 30 min. extra.
Bij aanwezigheid van kinderen onder 12 jaar mag 30 minuten per week extra geïndiceerd worden. Bij deze leeftijdsgroep is er altijd meer opruim en schoonmaak werk. Dit staat los van die niet uitstelbare taken bij het indiceren van jonge kinderen, waarbij alle taken worden overgenomen (kindzorg). Deze tijdsindicatie is afhankelijk van het aantal kinderen, leeftijd van de kinderen, gezondheidssituatie van de kinderen, aanwezigheid gedragsproblematiek, samenvallende activiteiten.
Opvang van kinderen is niet structureel Wmo zorg!
Bij inwoners die bedlegerig zijn, overmatig transpireren, incontinent zijn of die last hebben van overmatig speekselverlies, mag totaal max 30 minuten extra per week wasgoed geïndiceerd worden. Bij kleine kinderen kan je max 3 x was per week toekennen
Ook bij een hoge vervuilingsgraad, door de situatie (niet door verwaarlozing), kan extra tijd geïndiceerd worden.
Afwegingskader
Ten eerste beoordeelt de gemeente of er eigen mogelijkheden zijn.
De gemeente beoordeelt in hoeverre er binnen de leefeenheid mogelijkheden zijn om bij te springen. Wat betreft een schoon en leefbaar huis is het voorstelbaar dat iemand al jarenlang op eigen kosten iemand inhuurt voor schoonmaak, en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de beperking(en). In het algemeen zal het oordeel dan zijn dat er geen ondersteuning vanuit de gemeente nodig is, omdat het ‘probleem’ al is opgelost. Dit is uiteraard anders als er kan worden aangetoond dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen.
Daarna beoordeelt de gemeente of er sprake is van gebruikelijke hulp.
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Hierbij geldt dat onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die – ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze – één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Of er sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonendheid tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandig huishouden, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Ook inwonende ouders kunnen huisgenoten zijn.
Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Zie ook hoofdstuk 4. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. (zie hoofdstuk 4).
Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende meerdere dagen en/of nachten per week zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken.
Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke hulp wel voor geïndiceerd worden.
Daarnaast beoordeelt de gemeente in hoeverre er sprake is van mantelzorg of mogelijkheid om ondersteuning te vragen door iemand uit het sociaal netwerk. Zie 4.3 van deze beleidsregels voor het afwegingskader.
Ten aanzien van een schoon en leefbaar huis wordt vervolgens gekeken of er algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn waar de inwoner gebruik van kan maken. Zie 4.7 van deze beleidsregels voor het afwegingskader.
De gemeente beoordeelt ook of er algemene voorzieningen zijn die een oplossing bieden voor het probleem. Beoordeeld wordt of de inwoner gebruik kan maken van algemene voorzieningen, zoals de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant, of andere taken waarbij gebruikmaking van een algemene voorziening in een oplossing voorziet.
Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing zal de gemeente ondersteuning bieden. Uitgangspunt hierbij is dat de voorziening schoonmaakondersteuning zoals deze door de gecontracteerde zorgaanbieders wordt aangeboden in voldoende mate leidt tot zelfredzaamheid.
Ook bij mantelzorgers kan er sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is echter een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht ontstaat. Het zou kunnen voor komen dat de mantelzorger als gevolg van dreigende overbelasting aantoonbaar niet toe komt aan het voeren van een gestructureerd huishouden. Dit kan leiden tot het verstrekken van ondersteuning op maat schoonmaakondersteuning aan de inwoner.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
Het kunnen wonen in een schoon en leefbaar huis
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2020