Onvoldoende zelfredzaam zijn kan ook te maken hebben met het ervaren van belemmeringen in de woning. Als er geen woning is, is het in beginsel niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. De gemeente kan wel een bemiddelende rol vervullen als blijkt dat er, wegens toepassing van het primaat van verhuizen, gezocht dient te worden naar een geschikte woning. Hierbij is de gemeente in staat om namens de inwoner contacten te leggen met de woningcorporatie(s).
Iedere Nederlandse burger is zelf verantwoordelijk voor het vinden van huisvesting. En bij de keuze voor een (eigen) woning dient uiteraard rekening gehouden te worden met de eigen situatie. Dat betekent dat ook met bestaande of te verwachten beperkingen rekening dient te worden gehouden. Als de woning dan nog niet geschikt is (dus alle eigen inspanningen en te nemen verantwoordelijkheden zijn benut), kan de gemeente ondersteuning bieden in de vorm van ondersteuning op maat .
Afwegingskader
Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de toekomst. Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Ook bij situaties waarin sprake is van een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken van woning.
De gemeente beoordeelt allereerst of het resultaat ‘het kunnen wonen in een geschikt huis’ ook te bereiken is via een verhuizing (het primaat van verhuizen). Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met medisch verantwoorde termijn), de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van de betrokkene en argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden gelegd.
Ten aanzien van mantelzorgwoning(en) geldt ook dat uitgegaan wordt van de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het kunnen beschikken over een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. Daarbij is het uitgangspunt dat de uitgaven die de verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. De gemeente kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige vergunningen op het gebied van de ruimtelijke ordening.
Als het voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat er een aanbouw geplaatst wordt, besluit de gemeente vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen woningen zal de kans op hergebruik miniem zijn. Daarom kiest de gemeente bij eigen woningen als het maar enigszins kan voor het plaatsen van een herbruikbare losse woonunit.
Als een inpandige aanpassing of herverdeling mogelijk is, bijvoorbeeld in de situatie van een ruime benedenverdieping, zal de gemeente allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt.
Bij aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten zal de gemeente ook beoordelen of het verantwoord is voorzieningen zoals bijvoorbeeld trapliften te plaatsen.
Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt de gemeente altijd eerst met een programma van eisen, waarbij zo nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden.
Indien het gaat om het aanpassen van doelgroepengebouwen geldt het uitgangspunt dat een doelgroepengebouw dient te beschikken over de voor de beoogde doelgroep vereiste voorzieningen.
Een bouwkundige aanpassing aan een woning wordt door de gemeente voornamelijk in natura verstrekt. De beschikking wordt verstuurd aan de aanvrager/belanghebbende met een afschrift aan de eigenaar. Indien de woningaanpassing wordt verstrekt ten behoeve van een woning die niet in eigendom is van de aanvrager/belanghebbende, stelt de gemeente de eigenaar op voorhand in de gelegenheid zich te doen horen. Dit voorkomt dat de gemeente een onjuiste beslissing neemt wegens het ontbreken van informatie over een eventuele sloop van de woning, of al door de woningeigenaar geplande bouwwerkzaamheden ten aanzien van het gehuurde.
Indien de eigenaar een woningaanpassing heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient hij de verkoop van de woning, binnen 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, onverwijld aan de gemeente te melden. De meerwaarde van de woning dient te worden terugbetaald overeenkomstig de in de nadere regels vastgelegde afschrijvingstermijnen. Hierbij is de verkoopdatum bepalend, omdat op die datum vaststaat wat de verkoopprijs van de woning is. Uitwerking hiervan is opgenomen in de nadere regels.
Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt de gemeente rekening met de belangen van huisgenoten/mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door huisgenoten/mantelzorgers bediend moeten worden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.8
Het kunnen wonen in een geschikt huis
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2020