1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan houders die voldoen aan de wettelijke basisvereisten, de Nunspeetse standaard naleven dat onderdeel uitmaakt van deze regeling en bij de aanvraag een door partijen ondertekend borgingsdocument overleggen;
2. De subsidieontvanger houdt een administratie bij van documenten aan de hand waarvan toetsing plaatsvindt van recht op kinderopvangtoeslag, aanwezigheid van geldige indicaties en van de bevindingen van deze toetsing.
3. De subsidie voor peuteropvang wordt geweigerd als voor de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt, of als het uurtarief voor ouders/wettelijk verzorgers die een beroep doen op kinderopvangtoeslag lager is dan het uurtarief voor de door het college te subsidiëren peuterplekken.
4. De subsidie voor VVE wordt geweigerd als de houder op het moment van beoordelen van de aanvraag geen VVE-registratie heeft in het LRK.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 8
Voorwaarden subsidie peuteropvang en VVE
Onderdeel van Deelverordening subsidies onderwijs en opvang 2019