Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Bevoegdheden

Onderdeel van Budgethoudersregeling Krimpenerwaard 2020

1.. De (hoofd)budgethouders en deelbudgethouders zijn bevoegd tot het aangaan van financiële verplichtingen onder de volgende randvoorwaarden: (meerjarig) financiële verplichtingen kunnen slechts worden aangegaan nadat vastgesteld is dat in de vastgestelde begroting voldoende budget beschikbaar is en dat deze verplichtingen passen binnen de doelstelling waarvoor het budget beschikbaar gesteld is; financiële verplichtingen mogen niet worden aangegaan als die in de toekomst onvermijdelijk tot overschrijding van de in de begroting opgenomen budgetten zullen leiden. 2.. Wanneer geen of onvoldoende budget beschikbaar is in de vastgestelde begroting voor het aangaan van een financiële verplichting is een vastgestelde wijziging van de begroting nodig om de financiële verplichting aan te kunnen gaan. Er zijn twee soorten wijzigingen van de begroting: Administratieve wijzigingen Begrotingswijzigingen 3.. De financiële verplichting wordt aangegaan met inachtneming van de wettelijke en interne regels voor inkoop en aanbesteding en de mandaatregeling met het daarbij behorende mandaatregister. 4.. De (hoofd)budgethouder en deelbudgethouder is bevoegd tot het betaalbaar stellen van facturen nadat voldaan is aan de bepalingen artikel 6 lid 2 sub d, e en f.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel