Naar hoofdinhoud
Het college kan ambtshalve of op aanvraag tot kwijtschelding besluiten indien de belanghebbende: gedurende tien jaar volledig, naar draagkracht en onafgebroken aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en er geen vermogen aanwezig is waarmee (het restant van) de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan; gedurende tien aaneengesloten jaren geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering zijn verricht en het niet aannemelijk is dat  hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten Het bepaalde in artikel 1 onder b is niet van toepassing op verstrekt bedrijfskapitaal Ingeval artikel 13 Bbz bij de toekenning van toepassing was bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van de bijstand op grond van het Bbz. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal 3 jaar worden verlengd. Indien bedrijfskapitaal verstrekt is volgens de artikelen 22 of 26 Bbz en dit volgens artikel 3 Bbz 2004 niet om niet verstrekt kan worden, bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van de bijstand op grond van het Bbz. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal 3 jaar worden verlengd. Na het voldoen aan de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel