Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Nieuwegein 2019

1.. De aangifte wordt in persoon gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. Met uitzondering van de aangiften welke vallen onder art. 2, lid 1 onder a en f, lid 2 en lid 3 van deze regeling. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs (kopie) en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; een volledig ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1. verklaringen van de hoofdbewoners van de adressen welke opgegeven worden als tijdelijke verblijfplaatsen door de aangever. bij inschrijving op basis van artikel 2, lid 5 dient een verklaring van de werkgever betreffende inschrijving op het bedrijfsadres overlegd te worden of een bewijs van eigendom/huren van het betreffende bedrijfspand. bij inschrijving op basis van artikel 2, lid 2 en 3 kan er gevraagd worden om een verklaring van het hoofd van de instelling dat betrokkene daar daadwerkelijk verblijf heeft. 4.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. 5.. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. 6.. De briefadresgever kan maximaal aan één (gezins)huishouden toestemming geven een briefadres te houden. 7.. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel