Naar hoofdinhoud
1.. Het college neemt het verslag van het onderzoek als uitgangspunt voor de beoordeling een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015: Indien zijn hoofdverblijf zich bevindt in de gemeente Midden-Delfland. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de inwoner ondervindt, voor zover de inwoner deze beperkingen naar het oordeel van het college: niet op eigen kracht; niet met gebruikelijke hulp; niet met beschikbare mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; niet met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, of voorliggende voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de inwoner met psychische of psychosociale problemen en de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de inwoner deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht; niet met gebruikelijke hulp; met beschikbare mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; niet met gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen of voorliggende voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de inwoner aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een inwoner alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als: de noodzaak tot ondersteuning voor de inwoner redelijkerwijs niet vermijdbaar en/of voorzienbaar was; de voorziening voorzienbaar was, maar van de inwoner redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt; de noodzakelijke voorziening nog niet door de inwoner ingekocht is voor de melding bij het college; de noodzakelijke voorziening door de inwoner ingekocht is tussen het moment van melding en het besluit en de noodzaak achteraf nog vast te stellen is. 3.. De maatschappelijke ondersteuning in de vorm van dienstverlening vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden: Resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren Resultaatgebied 2: Financiën Resultaatgebied 3: Huisvesting Resultaatgebied 4: Daginvulling Resultaatgebied 5: Regie en ondersteuning bij huishouden Resultaatgebied 6: Gezondheid De resultaatgebieden bestaan uit verschillende intensiteiten (treden) die staan voor de zwaarte van de ondersteuningsvraag. De resultaatgebieden en intensiteiten vormen samen een matrix, van waaruit arrangementen samengesteld kunnen worden. Het is mogelijk om voor ondersteuning in de hier genoemde resultaatgebieden specifieke maatwerkvoorzieningen te indiceren of aanvullende producten. 4.. Het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren draagt ertoe bij dat de inwoner zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn). Ondersteuning op dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten. Onder het plannen, aanleren en organiseren van de dagelijkse activiteiten vallen activiteiten zoals het nakomen van afspraken, het hebben van een gezond dag en nacht ritme en het uitvoeren van complexere dagelijkse activiteiten; Het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk, de (betekenisvolle) relaties met vrienden, familie, kennissen en mantelzorgers; Het hebben van gezonde relaties met de personen en gezinsleden met wie de cliënt een huishouden deelt. Het verlichten van de druk die mantelzorgers ervaren in relatie tot de problematiek van de cliënt; Maatschappelijk herstel gericht op deelname in de maatschappij. 5.. Ondersteuning in resultaatgebied Financiën richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het op orde krijgen en houden van administratie; Het uitgavenpatroon in balans brengen en houden waardoor schulden verminderen; Het genereren van inkomen dat aan basisbehoeften voldoet, zonder uitkering; Het organiseren van adequaat financieel beheer. 6.. Het resultaatgebied Huisvesting draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het ondersteunen bij het vinden en behouden van een geschikte/gepaste woonruimte; Het aanleren van bewonersvaardigheden (goede omgang met buren); Het niet geven van overlast; Het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen. 7.. Het resultaatgebied Daginvulling draagt ertoe bij de inwoner op zinvolle wijze de dagen (kan) invullen onder toezicht of met ondersteuning. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het participeren in de samenleving; Het bieden van een dagprogramma/dagbesteding waaraan cliënten kunnen deelnemen als zij niet in staat zijn om zelfstandig hun dag in te vullen, passend bij de capaciteiten en mogelijkheden van de cliënt de inwoner. 8.. Het resultaatgebied Regie en ondersteuning bij het huishouden draagt ertoe bij dat de inwoner verantwoord zelfstandig kan blijven wonen. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het creëren en/of behouden van een gezonde, schone, veilige huishouding en op het zelfstandig kunnen voeren van regie; Het schoon en leefbaar houden van de dagelijkse gebruiksruimten, - zoals woonkamer, slaapkamer, toilet, keuken, badkamer en de gangen daarnaar toe -, en het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en schoon beddengoed; Het organiseren van het huishouden en de dagelijkse activiteiten die daarbij horen – zoals het verzorgen van boodschappen en maaltijden - en de verzorging 1 Zoals beschreven in het aanbestedingsbestek worden ook huishoudelijke taken met betrekking tot het kind uitgevoerd. voor kinderen tot 12 jaar (de kindzorg). 9.. Het resultaatgebied gezondheid draagt ertoe bij dat de inwoner aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het bewust worden van de consequenties van de gezondheidssituatie voor de cliënt; Het intrinsiek motiveren om de gezondheidssituatie van de cliënt te verbeteren; Motiveren tot leefstijlinterventies, gezond gedrag, valpreventie. 10.. Specifieke maatwerkvoorzieningen Kortdurend Verblijf draagt ertoe bij dat de inwoner in een veilige omgeving kan vertoeven zodat de thuissituatie/ de mantelzorger tijdelijk wordt ontlast. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: Het in groepsverband ondernemen van dagactiviteiten; Het in groepsverband toepassen van sociale vaardigheden; Het ontlasten van de thuissituatie. Ontmoetingscentra richten zich op ondersteuning van mantelzorgers en mensen met dementie, om overbelasting te voorkomen en mensen langer thuis te laten wonen. Middels de ontmoetingscentra moet een soepele overgang naar de Wet langdurige zorg mogelijk zijn zonder van locatie te hoeven veranderen. Er wordt gewerkt volgens de effectieve interventie. De ondersteuning vanuit ontmoetingscentra bestaat uit: Wenperiode en ondersteuning van de mantelzorger: Kennis maken met het gebruik van de ontmoetingscentra. De kennismaking is tijdelijk, minimaal 2 en maximaal 6 weken en maximaal 10 dagdelen, waarbij bij de start een melding hiervan wordt gedaan door de aanbieder aan de gemeente. Reguliere deelname: De reguliere deelname aan de ontmoetingscentra start na toekenning van de voorziening conform artikel 14. 11.. Naast een aantal resultaten uit de resultaatmatrix kunnen een aantal producten geïndiceerd worden. Hieronder een beschrijving van deze producten en binnen welk resultaatgebied ze geleverd kunnen worden. Maaltijdvoorziening: Het bereiden en klaarzetten van een maaltijd. Toezicht op het gebruik van de maaltijd is ondergebracht binnen de resultaten uit de resultaatgebieden 1, 5 en 6. Vervoer: het vervoeren van een persoon met of zonder rolstoel. Ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 6 en de hierboven genoemde specifieke maatwerkproducten kortdurend verblijf en ontmoetingscentra. 24uur bereikbaarheid/ onplanbare zorg: ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 3, 6 en het hierboven genoemde specifieke maatwerkproduct kortdurend verblijf. Het bereikbaar zijn voor cliënten 24 uur per dag. Onplanbare zorg is acute zorg die niet afhangt van kantoortijden. Waakvlam: ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 en 6 Periodiek contact ten behoeve van nazorg door bekende begeleider ter voorkoming en het vroeg signaleren van terugval. 12.. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in het kader van de Jeugdwet indien: Zijn woonplaats voldoet aan de definitie zoals vastgelegd in artikel 1 lid jj van deze verordening, of aan de definitie uit het Convenant uitvoering woonplaatsbeginsel Jeugdwet; De jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en; Er geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige en/of andere voorziening zoals bedoeld in artikel 17 van deze verordening. 13.. Als een materiële maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen; tenzij de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de hulpvraag van de inwoner. 14.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. 15.. Het college kan bij nadere regeling, binnen de kaders van de Wmo 2015, de Jeugdwet en deze verordening, aanvullende voorwaarden stellen aan de toekenning van een maatwerkvoorziening, indien zij dit noodzakelijk acht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel