1. De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen.
2. De geheimhoudingsplicht van de commissie geldt ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest.
3. Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na de ontbinding van de commissies.
4. De geheimhoudingplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden, die geen zitting hebben in de commissie, en aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 9 van deze verordening, geen inzage in of informatie omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt verstrekt.
5. De leden 1 tot en met 3 van dit artikel zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op degenen, die op grond van artikel 4 de commissie ambtelijke bijstand verlenen en de adviseurs van de commissie.
6. De geheimhouding brengt onder meer met zich mee dat, anders dan door tussenkomst van de commissaris, geen inlichtingen –schriftelijk of mondeling – kunnen worden ingewonnen over de kandidaten en dat overleg met derden is uitgesloten. De secretaris nodigt op verzoek van de commissie de kandidaten uit voor een gesprek met de commissie. De commissie treft voorzieningen met betrekking tot de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken. De commissie treft een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de privacybelangen van de kandidaat verder worden beschermd, bij voorbeeld bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken en bij het voeren van de correspondentie.
7. Er vindt geen correspondentie plaats over kandidaten, over met kandidaten gevoerd gesprekken of andere informatie via e-mail.
8. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld.
9. De (fungerend) voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet.
10. De commissie legt bij elke vergadering en elk gesprek, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of het gesprek. De (fungerend) voorzitter van de commissie ziet erop toe dat hieraan wordt voldaan.
11. De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de Gemeentewet, respectievelijk zullen de geheimhouding waartoe het derde lid van dit artikel verplicht, niet opheffen.
12. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de secretaris.