Het college informeert de raad door middel van minimaal één tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting.
De tussenrapportage(s) gaan in op de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting voor wat betreft de:
de realisatie van de beleidsvoornemens;
de lasten en baten per programma en investeringen als deze groter zijn dan € 50.000 incidenteel of € 10.000 structureel.
Bij de behandeling van de tussenrapportage(s) in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
De inrichting van de tussenrapportage(s) sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.