Naar hoofdinhoud
Op 18 september 2015 stelde de Raad Milieu de positie van de Europese Unie voor de klimaattop in Parijs vast. Het belangrijkste doel van de EU is om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Hiervoor is het belangrijk dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2050 afneemt met ten minste 50 procent ten opzichte van 1990. In 2100 moet de totale emissie zijn teruggebracht tot nul. De eenentwintigste jaarlijkse klimaatconferentie, COP21, van de Verenigde Naties vond vanaf 30 november 2015 plaats in Parijs. COP21 staat voor de Conference of Parties; hierbij kwamen alle partijen die onderdeel uitmaken van het UNFCCC, het klimaatverdrag van de Verenigde Naties, bijeen. De conferentie duurde tot en met 12 december en mondde uit in een nieuw internationaal klimaatverdrag. Op 12 december stemden de bijna 200 deelnemers in met een nieuw bindend klimaatakkoord. Daarmee moet de uitstoot van broeikasgassen aarde worden beperkt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Eind september 2016 heeft de Raad Milieu het klimaatverdrag van Parijs geratificeerd. Begin oktober 2016 deed het Europees Parlement hetzelfde. Het klimaatverdrag is 4 november 2016 in werking getreden. Veel van de doelstellingen voor de klimaatconferentie in Parijs zijn gehaald. Zo zijn alle deelnemende landen akkoord gegaan met de twintig pagina's tellende tekst. Het volgende is daarin afgesproken: Het verdrag treedt in werking als het door minstens 55 staten geratificeerd is die verantwoordelijk zijn voor minimaal 55 procent van de CO2-uitstoot; Het doel is een zo snel mogelijk einde aan de stijging van de uitstoot van broeikasgassen. Halverwege de 21e eeuw moet er een evenwicht zijn tussen alle uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van de natuur om ze te absorberen; De opwarming van de aarde moet worden beperkt. De wereldwijde stijging van de temperatuur moet in 2100 beperkt zijn tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Er wordt gestreefd om die stijging met 2°C te verlagen tot 1,5 graad; Elke vijf jaar wordt het klimaatbeleid van alle landen geëvalueerd. De eerste controle vindt plaats in 2023; Rijke ontwikkelde landen moeten ontwikkelingslanden met geld helpen hun uitstoot te verminderen. Elk jaar moet er 91 miljard euro beschikbaar worden gesteld. Volgens de Europese Commissie biedt de Overeenkomst van Parijs het bedrijfsleven in de EU kansen. Om dit voordeel te kunnen genieten, zal de EU een voortrekkersrol moeten spelen bij de inspanningen om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Van belang is wel dat andere belangrijke economieën hun afspraken ook nakomen. De maatschappelijke gevolgen van de omschakeling naar een CO2-arme economie voor specifieke regio’s en sociaaleconomische sectoren moeten worden opgevangen.

Rechtspraak bij dit artikel