De Adviesraad voor Wetenschap Techniek en Innovatie, concludeert (in haar in november 2016 verschenen rapport “Durven kiezen voor energie-innovatie”) dat Nederland goede kansen heeft een rol te spelen in de wereldwijde energie-innovatie omdat de uitgangspositie met bedrijven en kennisinstellingen goed is en ervaring in samenwerking is opgebouwd. In Nederland worden veel innovaties ontwikkeld op het gebied van energietechnologie (zoals de brandstofcel, warmtepompen, energie neutrale woningen en kleinschalige windturbines). Maar de implementatie hiervan blijft nog achter.
Het blijkt dat de energie-innovatie in Nederland achterblijft bij wat mogelijk én noodzakelijk is. Als belangrijkste redenen worden genoemd:
de blijvende onduidelijkheid over de contouren van het gewenste energiesysteem door het ontbreken van een breed gedragen visie voor de lange termijn;
het ontbreken van prikkels tot de verbetering van huidige technologie of de ontwikkeling van nieuwe, dan wel andere manieren om emissies te beperken (zoals energiebesparing);
het te weinig stimuleren van radicale energie-innovatie en de implementatie daarvan. Het huidige beleid met bijbehorende instrumenten (Topsector Energie, Demonstratie Energie Innovatie) prikkelt met name incrementele (niet-revolutionaire) innovaties en blijken te weinig toegerust om radicale (systeem)veranderingen teweeg te brengen;
verder is er geen Rijksbrede agenda die radicale innovatie bevordert en investeert Nederland in vergelijking met OESO-landen weinig in onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van nieuwe energietechnologieën. Uitgezonderd de programma’s zoals van de Topconsortia Kennis en Innovatie (TKI) voor ontwikkelingen als warmtepompen, wind op zee en brandstofcellen.
Het ontbreken van de bereidheid om op grote schaal te investeren, onder andere door in verhouding hoge investeringskosten (dan conventioneel), lock-in (afhankelijkheid van de bestaande leverancier, wat het lastiger maakt over te stappen zonder substantiële omslagkosten) en de ruimtelijke impact.
De overheid dient daarom een meer leidende rol te spelen bij de energie-innovatie door het formuleren van een duidelijke visie op de toekomstige energievoorziening en het nemen van verantwoordelijkheid, alleen al omdat de opgave (CO2-neutraal in 2050) vanuit de overheid is gesteld, en omdat de overheid als wetgever en als (mede)eigenaar van infrastructuur en netwerken een belangrijke participant is binnen het energiesysteem. Bovendien is het energiesysteem zo complex en zijn de onzekerheden in de markt zo groot dat het afzonderlijke marktpartijen waarschijnlijk niet gaat lukken zonder een vorm van coördinatie de transitie te maken naar een low of zelfs zero-carbon energievoorziening. Een leidende rol van de overheid en het nemen van verantwoordelijkheid, waarbij duidelijke kaders gesteld worden en meer zekerheden worden gecreëerd in de markt, helpt de samenleving en het bedrijfsleven bij hun keuzes.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.6
Innovatie en rol van de overheid (reflectie op kaders Rijk)
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gulpen-Wittem houdende regels omtrent het klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021