Bij het opstellen van het Energie Dashboard is het uitgangspunt dat circa 5 tot 10% van het beschikbare akkerbouwgebied ingezet kan worden voor het verbouwen van zogenaamde energiegewassen. De potentie van 0,04 PJ is gebaseerd op de energiewaarde die snijmais heeft indien het gebruikt wordt voor covergisting met mest (140 GJ per ha mais per jaar). Dit getal neemt echter de niet de energie in overweging die nodig is om de mais te verbouwen. Per saldo is de opbrengst per ha lager. Voor snijmais bedraagt de netto energieopbrengst 114GJ per ha. Het Energie Dashboard schat het potentieel aan beschikbaar akkerland voor energiegewassen in de gemeente Gulpen-Wittem op 245 ha. Op basis van de netto energieopbrengst van snijmais betekent dit een energieopbrengst van 0,033 PJ. Dit is 7% van de opwerkpotentie binnen de gemeentegrenzen en hiermee kan in 3% van de huidige energievraag worden voorzien Door de teelt van een ander type gewas, bijvoorbeeld olifantsgras (Miscanthus) kan een hogere energieopbrengst behaald, waardoor met hetzelfde areaal in 11% van de opwerkpotentie binnen de gemeentegrenzen kan worden voorzien (4% van de huidige energievraag). Op figuur 10 is aangegeven hoe groot het areaal is om deze potentie te bereiken.
Inzet van een areaal van 279 ha voor energiegewassen heeft een behoorlijke impact op het ruimtegebruik in de gemeente Gulpen-Wittem. 279 ha is ongeveer 3,8% van het grondgebied van de gemeente Gulpen- Wittem. Figuur 10 laat zien welke oppervlakte van de gemeente ingezet gaat moeten worden voor de teelt van energiegewassen om de potentie van 0,033 PJ te halen.
Figuur 13: Benodigde ruimte voor de teelt van biomassa om in 4% van de huidige energievraag te voldoen
Het voordeel van het telen van energiegewassen is dat het een neutrale impact heeft op het visuele landschap. Het befaamde “5-sterrenlandschap” van Zuid-Limburg wijzigt misschien enigszins veel indien er meer mais of olifantsgras wordt geteeld, maar minder drastisch dan bijvoorbeeld bij het volplaatsen van een weide met zonnepanelen. Daarnaast speelt bij het verbouwen van energiegewassen de discussie of de teelt van energiegewassen de moeite waard is als het ten koste gaat van de lokale voedselproductie. Bovendien is er een concurrentie met het inzetten van biomassa voor de biobased economie. Als lokale productie van energiegewassen leidt tot import van voedsel uit delen van de wereld waar bos- of moerasgebieden worden vernietigd voor het verkrijgen van nieuwe landbouwgrond, dan kan de teelt van energie gewassen zelfs een negatieve impact op de totale CO2-emissies hebben.
Een aandachtspunt bij biomassa is dat er altijd CO2-uitstoot is. Dus als de doelstelling op de langere termijn, na 2030 of 2050 geen CO2-uitstoot is, dan is biomassa alleen maar een tussenoplossing en zullen voor de langere termijn alternatieven ontwikkeld moeten worden.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3.2.
Biomassa uit teelt
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Gulpen-Wittem houdende regels omtrent het klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021