1. Bij overtreding van artikel 2.38 derde lid, 2.40 vijfde lid, 2.44, 2.45, 2.47, 2.50, 2.51 of 2.52 van de wet wordt een boete opgelegd van € 200,-.
2. Bij overtreding van artikel 2.38 eerste lid, artikel 2.38 tweede lid, artikel 2.38 vierde lid, artikel 2.39 eerste lid, artikel 2.39 derde lid, artikel 2.43, en/of artikel 2.46 van de wet wordt een boete opgelegd van € 325,-.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een boete opgelegd van € 325,- indien:
a. er sprake is van “gelegenheid geven” als bedoeld in artikel 4.17 onder b van de wet;
b. er sprake is van recidive;
c. er sprake is van valsheid in geschrifte.