Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Aanvullende criteria persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Gorinchem

Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: de cliënt naar het oordeel van het college voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat is de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren op eigen kracht, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt en voldoen aan de kwaliteitseisen overeenkomstig artikel 7. Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet; er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; de kosten betrekking hebben op de administratie en het beheer van het persoonsgebonden budget en dit geen deel uitmaakt van het ondersteuningsplan. Het college kan nadere regels opstellen met betrekking tot een persoonsgebonden budget over voorwaarden, voorschriften en de kwaliteit van de gevraagde diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen. Hierbij geldt dat de hoogte van het persoonsgebonden budget toereikend moet zijn. Een cliënt aan wie persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociaal netwerk als wordt voldaan aan noodzakelijke kwaliteitseisen, waaronder mede wordt verstaan opleidingseisen. Het college kan nadere regels stellen. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de arrangementen individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf wordt bepaald op basis van een kostprijs per uur, per dagdeel of per etmaal wanneer deze voorziening in natura zou zijn verstrekt. Hiervoor gelden de volgende percentages: Gecertificeerde zorgaanbieder: 100% van het natura tarief; ZZP’er (zelfstandige zonder personeel): 85% van het natura tarief; Ondersteuning vanuit sociaal netwerk: 50% van het natura tarief. Voor de hoogte van het tarief van huishoudelijke ondersteuning geldt een vast uurtarief, nader vast te stellen door het college. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel (vervoersvoorziening, rolstoelvoorziening of roerende woonvoorziening) of woningaanpassing wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening, die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Het bedrag is inclusief het aanpassen, onderhoud en verzekering van de voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel