Lid 1. Een hulpvraag kan door middel van een hiervoor beschikbaar formulier of vormvrij door of namens een cliënt bij het college telefonisch, mondeling, schriftelijk of elektronisch worden gemeld.
Lid 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.
Lid 3. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.