Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de wet, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is.
Het gaat dus uitdrukkelijk om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. In het eerste lid is uitgewerkt dat aanbieders van een bepaalde dienst een regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de wet).
In het tweede lid is aangegeven hoe het college toezicht houdt op de naleving van de medezeggenschapsregeling.
Artikel 20.
Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Stein 2020