Naar hoofdinhoud
De verordening wordt aangehaald als: Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Maastricht 2019 Aldus besloten door de Raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 17 december 2019. De Griffier, J.L.L. Goossens. De Voorzitter, J.M. Penn-te Strake. Toelichting Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Maastricht 2019 Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), betreffende de Rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal bij verordening van wettelijke regelingen af te wijken. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst. Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VAR-verklaring / Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden. Artikelsgewijze toelichting Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De hoogte van de raadsvergoeding bij de gemeente Maastricht - zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden - is overeenkomstig het maximumbedrag dat jaarlijks bij circulaire door de Minister kenbaar wordt gemaakt (bedrag peildatum 1-1-2019 is €1711,54). Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid. Binnen gemeente Maastricht wordt 20% van de vergoeding uitbetaald als presentiegeld. Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden benut bij spookraadsleden. Spookraadsleden zijn volksvertegenwoordigers die wel zijn gekozen, maar die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij de vergaderingen of activiteiten van de desbetreffende gemeenteraad. De griffier beoordeelt of er spookraadsleden zijn. Een raadslid wordt als spookraadslid aangeduid al deze 3 maanden (excl. Reces) niet heeft deelgenomen aan stemmingen in de raadsvergadering. Artikel 3. Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie van raadsleden Dit betreft de toelage voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde ‘zware commissies’. Binnen gemeente Maastricht ontvangen de leden van de vertrouwenscommissie en fractievoorzitters op basis van het Rechtspositiebesluit al een aangepaste vergoeding en burgerleden van werkgroepen krijgen in de huidige situatie eveneens een vergoeding. De volgende commissies gelden als ‘bijzondere commissies’ binnen gemeente Maastricht: Presidium; Commissie B&V; Werkgeverscommissie. Aan de hand van de volgende criteria zijn de bijzondere commissies vastgesteld: Tijdsinvestering Verantwoordelijkheid Benodigde expertise Aantal bijeenkomsten per jaar Aantal leden Zolang een commissie niet actief is, ontvangen de leden geen toelage: niet de duur van het lidmaatschap is van belang, maar de duur van de activiteiten. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Niet van toepassing. Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden Niet van toepassing. Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, dient gemotiveerd te worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht indien zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven, dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Naast de criteria functiegerichtheid, en niet-partijpolitieke oriëntatie zijn ook de kosten een criterium. Indien er twijfel is over vergoeding van de scholingskosten, kan de griffier de beslissing voorleggen aan de fractievoorzitters. Na een jaar wordt de bepaling geëvalueerd, om de werking van de regeling na te gaan. Artikel 8. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak Niet van toepassing. Artikel 9 Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid voor de duur van de uitoefening van de functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Binnen Maastricht valt enkel de IPad onder de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen die worden verstrekt. Artikel 10 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. Artikel 11 Betaling vaste vergoedingen & artikel 12 Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Binnen Maastricht wordt per type commissie een dagvergoeding verstrekt: wanneer een bijzondere commissie en een raadscommissie (zoals een raadsronde of reguliere commissie) op één dag vallen wordt er twee keer vergoed. De vergoeding voor de raadsavond betreft een dagvergoeding. Het geheel aan stadsrondes, informatierondes, raadsrondes, raadscommissies op een dag wordt voor wat betreft de vergoeding van commissieleden als één vergadering c.q. bijeenkomst aangemerkt.Bijzondere commissies conform art. 82 t/m 84 van de Gemeentewet, die plaatsvinden op dezelfde dag als een raadsavond worden als separate vergadering aangemerkt, en derhalve ontvangen de leden hiervoor een aparte vergoeding. Declaratie van reis- en verblijfkosten verloopt via Youforce. De griffier voert een eerste beoordeling uit voor wat betreft de declaraties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel