Eerste lid:
Het college vraagt een bijdrage in de kosten aan de cliënt, zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of het pgb.
Tweede lid:
Aan jeugdigen tot 18 jaar kan uitsluitend een bijdrage in de kosten worden opgelegd voor een woningaanpassing (artikel 3.8 lid 4 onderdeel e uitvoeringsbesluit en artikel 2.1.5 van de wet). Voorwaarde voor het kunnen vragen van deze bijdrage in de kosten, is dat dit door de gemeenteraad als zodanig in de verordening is bepaald.
Derde, vierde, vijfde en zesde lid:
De bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform het uitvoeringsbesluit. In lid 4 is het uitgangspunt benadrukt dat de bijdrage de kostprijs van de voorziening niet mag overstijgen: de gemeente mag geen winst maken op de bijdragen. In lid 5 en 6 is uitgelegd hoe de kostprijs tot stand komt.
Zevende lid:
Voor het gebruik van het collectief vervoer is een afzonderlijke bepaling opgenomen. De cliënt is op basis van deze bepaling een bijdrage in de vorm van een ritprijs en instaptarief verschuldigd. Het rijk heeft deze mogelijkheid om de voorziening uit te zonderen via een AMvB mogelijk gemaakt.
Achtste lid:
De bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt voor de gemeente geïnd door het CAK. Voor de bijdrage in de kosten voor opvang geldt een uitzondering (artikel 2.1.4 lid 6 van de wet). Hiervoor wijst de gemeenteraad in de verordening een instantie aan die de bijdrage int. Dit is opgenomen in lid 8.
Hoofdstuk 4
Artikel 16
Bijdrage in de kosten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Oss 2020