**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
**2..** De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste €19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4 en 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** De in het vorige lid bedoelde algemene voorziening is de algemene voorziening schoonmaak (AVS), zoals nader beschreven in artikel 12 van deze verordening.
**4..** In afwijking van het gestelde in het tweede lid zijn cliënten met een inkomen lager dan 120% van de in hun situatie geldende bijstandsnorm geen bijdrage in de kosten voor gebruik van de AVS verschuldigd.
**5..** Indien een cliënt een bijdrage in de kosten een Wmo-maatwerkvoorziening verschuldigd is, dan wordt deze cliënt vrijgesteld voor het betalen van de bijdrage in de kosten voor de algemene voorziening schoonmaak (AVS).
**6..** Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**7..** Het college bepaalt bij nadere regels door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4., zevende lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd.
**8..** De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.
**9..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald:
door aanbesteding;
na een consultatie in de markt, of
in overleg met de aanbieder.
**10..** Een inwoner is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 0,157 per kilometer met een instaptarief van € 0,90. De hiervoor genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2019. De bedragen worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de consumentenprijsindex dan wel het wettelijk minimumloon. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 10.
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Aa en Hunze 2020