Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1 Inleiding

Artikel 5.1 Inleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017

Op basis van de wet zijn er twee verstrekkingsvormen voor maatwerkvoorzieningen. De eerste mogelijkheid is de voorziening in natura. Daarmee wordt bedoeld dat het college de klant een voorziening verstrekt, die hij of zij kant en klaar krijgt. Met de voorziening die de klant in natura krijgt moet het probleem voldoende opgelost zijn. De tweede mogelijkheid is de in de wet verplicht gestelde mogelijkheid een alternatief te ontvangen in de vorm van een persoonsgebonden budget. Voor het persoonsgebonden budget geldt het trekkingsrecht. Dat wil zeggen dat de betaling van hulpverleners verloopt via de SVB. Een uitzondering geldt voor eenmalige pgb’s, die kan de gemeente zelf uitbetalen. Uit deze twee verstrekkingsvormen vloeit voort een derde mogelijkheid namelijk die in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van de voorziening. De vraag of een voorziening in natura moet worden geleverd, dan wel in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor kosten van de voorziening, zal van een aantal factoren afhankelijk zijn. Met gemaximeerde vergoedingen worden vergoedingen bedoeld die voor bepaalde kosten tot een norm- of maximumbedrag worden gegeven. Zo wordt een sportrolstoel verstrekt als een gemaximeerde vergoeding (in natura of PGB). Het spreekt voor zich dat de hoogte van de vergoeding in algemene zin toereikend moet zijn voor het doel waarvoor de vergoeding wordt verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel