Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.2

Vaststelling eigen bijdrage

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Geldrop-Mierlo 2020

De gemeente legt een eigen bijdrage op voor alle maatwerkvoorzieningen waarvoor dat wettelijk is toegestaan. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19 per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Er is geen eigen bijdrage verschuldigd voor een rolstoel, respijtzorg en het CVV. Echter voor aanpassingen van een rolstoel die niet gericht zijn op het vervangen van de loopfunctie zoals b.v. “een derde wiel” wordt wel een eigen bijdrage gevraagd. Voor alle sportvoorzieningen wordt een eigen bijdrage gevraagd. Dus ook voor een sportrolstoel. Voor een maatwerkvoorziening die in natura en periodiek verstrekt wordt, geldt een eigen bijdrage voor de duur dat de voorziening verstrekt wordt en ter hoogte van het bedrag (kostprijs) dat de gemeente periodiek voor de voorziening betaalt tot een maximum van € 19 per maand. De jaarlijkse indexering kan doorgegeven worden aan het CAK. Als een pgb periodiek wordt verstrekt, dan wordt over dat bedrag een eigen bijdrage opgelegd zolang het pgb verstrekt wordt. Voor de voorzieningen die de gemeente aanschaft en die in lease of in eigendom verstrekt worden, wordt een periode vastgesteld waarover de eigen bijdrage opgelegd wordt. De periode is gelijk aan de afschrijftermijn van de voorziening (zie financiële bijlage) Voor de maximale hoogte van de eigen bijdrage gaan we uit van de door de gemeente betaalde kostprijs van de voorziening tot een maximum van € 19 per maand. Voor een pgb, dat incidenteel verstrekt wordt, wordt een periode vastgesteld waarover de eigen bijdrage opgelegd wordt. De periode is gelijk aan de afschrijftermijn van de voorziening (zie financieel besluit). Voor de hoogte van de eigen bijdrage gaan we uit van de kostprijs minus de kosten voor onderhoud en reparatie. Voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is een eigen bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders. Voor de vaststelling van de hoogte en duur va de eigen bijdrage geldt dezelfde berekening als die voor een eigen bijdrage voor voorzieningen die aan een volwassene worden toegekend tot een maximum van € 19 per maand. Aan jeugdigen tot 18 jaar wordt, met uitzondering van een woningaanpassing, geen eigen bijdrage opgelegd. Als cliënt 18 jaar oud is, kan voor de verstrekte voorzieningen alsnog een eigen bijdrage opgelegd worden. Vanaf de eerste periode volgend op de dag dat de cliënt 18 jaar oud wordt, gaan we een eigen bijdrage heffen voor de betreffende voorzieningen waarbij dat wettelijk is toegestaan. Daarbij gelden bovenstaande afspraken. Bij voorzieningen die in eigendom verstrekt worden of als eenmalig pgb wordt het aantal perioden vastgesteld bij de toekenning. De cliënt hoeft dan alleen nog maar over de resterende perioden een eigen bijdrage te betalen. Dit wordt in de toekenningsbeschikking vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel