Naar hoofdinhoud
1.. De vergunning, zoals bedoeld in artikel 18, wordt verleend; voor wat de particuliere graven betreft, voor de tijd gedurende welke het recht op het graf bestaat; voor wat de algemene graven betreft, niet zijnde kindergraven, voor de duur van twintig jaar; voor wat de algemene graven betreft, zijnde kindergraven, voor de duur van veertig jaar. 2.. De grafbedekking kan na het verstrijken van de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn door het college worden verwijderd. 3.. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 4.. Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze in eigendom aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel