(artikel 4.12 Wmo-verordening 2015)
De tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking is het gevolg van de afschaffing van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Atcg) die de gemeente Amsterdam hanteerde.
aProductbeschrijving
Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een vergoeding ter bestrijding van aannemelijke meerkosten. Het betreft hier de tegemoetkoming voor Amsterdammers die ten gevolge van een chronische ziekte of beperking extra kosten maken, bijvoorbeeld kosten van maaltijden of van gas of elektriciteit. Deze tegemoetkoming wordt maandelijks uitgekeerd door Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Zij omvat:
Basiscompensatie
De basiscompensatie is bedoeld om te voorzien in algemene meerkosten die verband houden met ziekte of beperkingen en die niet op een andere manier worden vergoed.
De basiscompensatie wordt verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage.
Compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering
Deze tegemoetkoming is bedoeld ter compensatie van de vervallen landelijke regeling Compensatie Eigen Risico (CER). Het verplicht eigen risico geldt voor een basisverzekering op grond van de Zvw.
Deze compensatie wordt enkel aan Amsterdammers van 18 jaar of ouder verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage.
Tegemoetkoming maaltijden
Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten van kant-en-klaar (vers)maaltijden voor Amsterdammers die niet in staat zijn zelf een warme maaltijd te bereiden.
Tegemoetkoming energiekosten
Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten voor gas en stroom. Het betreft energiegebruik voor verwarming, douchen en baden en koken, extra stroom voor (accu’s van) hulpmiddelen etcetera.
Tegemoetkoming kosten bewassing
Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten voor extra wasbeurten voor kleding en beddengoed. Hier is slijtage door extra bewassing bij inbegrepen.
Tegemoetkoming kosten ten gevolge van kledingslijtage
Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten die veroorzaakt worden door mechanische slijtage van kleding en schoeisel door bijvoorbeeld protheses of langdurig zitten.
bVoorwaarden voor verstrekking
Zoals beschreven kent deze tegemoetkoming in de meerkosten een specifieke doelgroep, die gekenmerkt wordt door langdurige beperkingen en een laag inkomen. Om vast te stellen wie voor deze tegemoetkoming in aanmerking komt, is er een specifieke regeling opgesteld die hieronder is opgenomen. De regeling wordt uitgevoerd door WPI, die ook de inkomenstoets doet en voor medisch advies gebruik maakt van de keuringsartsen van de GGD Amsterdam, en luidt als volgt.
1. Begripsbepalingen
De begrippen in deze Nadere regels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
Voorts wordt in deze Nadere regels verstaan onder:
Bescheiden vermogen: Het vermogen dat de grenzen zoals genoemd in artikel 34 Participatiewet niet te boven gaat.
Mensen met een chronische ziekte of beperking: Inwoners van de gemeente Amsterdam die blijkens een medische verklaring voor tenminste 12 maanden zodanig chronisch ziek zijn en/of fysieke of psychische beperkingen ondervinden, dat zij gedurende die periode noodgedwongen extra kosten maken.
Fiscaal inkomen: Het brutoloon met daarbij gerekend belaste vergoedingen, waaronder begrepen de vergoeding van de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, zoals dit blijkt uit de jaaropgave of inkomensspecificatie van een werkgever en/of een uitkeringsinstelling zoals WPI.
Laag inkomen < pensioengerechtigde leeftijd (PGL): Een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand of een ander fiscaal (gezins)inkomen dat minder dan of gelijk is aan 120% van de afhankelijk van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde maximale bruto IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) norm, of meer dan 120% van die norm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
Laag inkomen > PGL: Een (pensioen) of ander fiscaal (gezins) inkomen dat minder dan of gelijk is aan 120% van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde maximale bruto AOW norm, of meer dan 120% van die norm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
Peildatum: 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Indien het inkomensniveau in het jaar van de peildatum niet beschikbaar is, wordt het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan het jaar van de peildatum gebruikt. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum.
Vermogen: Alle bezittingen in geld en goederen behoudens een gebruikelijke woninginrichting en medisch noodzakelijke (vervoers)voorzieningen.
2. Aanvraag en toekenning
Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een tegemoetkoming ter bestrijding van aannemelijke meerkosten.
Amsterdammers die in een instelling op basis van de Wlz of de Wmo verblijven komen niet in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming in de meerkosten. Bij uitzondering kunnen Amsterdammers in een Wmo-instelling die bijdrageplichtig zijn en/of die een persoonlijke toelage op grond van de Participatiewet ontvangen, in aanmerking komen voor de module kledingslijtage en compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering.
Een aanvraag (om herziening) voor een specifieke tegemoetkoming kan één keer per twaalf maanden worden ingediend.
Voor de toekenning wordt het laag inkomen < PGL of > PGL in aanmerking genomen zoals dat voor aanvragers gold op de peildatum.
In afwijking van het voorgaande lid kan een laag inkomen bestaand uit een sociale verzekeringsuitkering of voorziening die naar verwachting in het kalenderjaar blijft voortduren, tussentijds voor de toekenning in aanmerking genomen worden.
Het toekenningsbesluit geldt voor twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend en wordt telkens stilzwijgend verlengd met twaalf maanden, tenzij er geen noodzaak meer is voor ongewijzigde verlenging.
3. Uitkering
De vergoeding wordt afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager en bestaat uit een of meer algemene vergoedingen en afhankelijk van de individuele omstandigheden een of meer specifieke vergoedingen.
4. Advisering
De samenstelling van de totale vergoeding wordt, voor zover het college dat nodig acht, vastgesteld na het inwinnen van advies van een door het college aangewezen medisch deskundige.
De medisch deskundige beoordeelt de mate waarin de gezondheidssituatie van de aanvrager naar verwachting over een periode van tenminste 12 maanden leidt tot bepaalde aannemelijke meerkosten zoals genoemd in artikel 3.1.
Het advies van de medisch deskundige heeft een geldigheid van tenminste 12 maanden.
In afwijking van artikel 4.1 kan de samenstelling van de totale vergoeding in overleg met een representatieve vertegenwoordigende organisatie en medisch deskundigen tot stand komen, als de vergoeding bestemd is voor een vastgestelde groep mensen met een chronische ziekte of beperking.
5. Herbeoordeling
Voor zover het college dat nodig acht wordt een toegekende tegemoetkoming, na stilzwijgende verlenging, tenminste eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld door een medisch deskundige.
De medisch deskundige beoordeelt of de gezondheidssituatie en de aannemelijk te maken meerkosten afwijken van het eerdere advies en adviseert het college over de (gewijzigde) voortzetting van de vergoedingen.
Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit een (voortdurende) (pensioen) uitkering wordt eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld.
Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit arbeid wordt jaarlijks herbeoordeeld.
6. Afwijkende inkomenstoets
Indien reeds een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling op grond van het armoedebeleid heeft plaatsgevonden en daarbij is vastgesteld dat het laag inkomen niet hoger is dan het relevante toetsbedrag, kan het college besluiten dat het inkomen niet opnieuw wordt getoetst.
7. Verplichtingen deelnemers
Mensen met een chronische ziekte of beperking die een vergoeding ingevolge deze regeling ontvangen zijn verplicht het college (WPI) in te lichten, indien hun inkomen en/of vermogen boven de grenzen bedoeld in artikel 1, onder d. tot en met h., zal stijgen.
8. Intrekken en terugvorderen
Het college kan een besluit, genomen op grond van deze Nadere regels, geheel of gedeeltelijk intrekken indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, terwijl de aanvrager wist, of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onvolledig of onjuist waren en tot een ander besluit zouden hebben geleid.
Indien een besluit is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels worden teruggevorderd, dit voor zover na de datum van het besluit tot toekenning van de voorziening nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Indien een vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan de aanvrager is uitbetaald, kan dit worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.12.2