** 1. .** In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen indien:
de voorgestelde activiteiten niet toegespitst zijn op een specifieke buurt;
de voorgestelde activiteiten niet gebouw- of complex overstijgend zijn;
de subsidieaanvrager niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet;
subsidie wordt aangevraagd voor een haalbaarheidsstudie en er geen verkenning heeft plaatsgevonden zoals beschreven in artikel 3.1, onder a;
subsidie wordt aangevraagd voor een ontwerp en er geen verkenning en haalbaarheidsstudie hebben plaatsgevonden, zoals beschreven in artikel 3.1.
** 2. .** In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen indien:
voor dezelfde buurt of deel van die buurt al een andere buurtgerichte subsidie voor activiteiten, zoals genoemd in artikel 3.1, onder b of c is verleend;
aan de aanvrager al eerder een subsidie is verleend, voor eenzelfde activiteit, als bedoeld in artikel 3.1.
het totaal van de subsidies dat op grond van dit hoofdstuk en de subsidieregeling Ruimte voor Duurzame Initiatief zijn verstrekt aan één en dezelfde aanvrager of aan één buurgericht initiatief tot een klimaatneutrale of aardgasvrije energievoorziening, na verlening van de aangevraagde subsidie, het bedrag van € 150.000,- overstijgt;
uurtarieven in rekening worden gebracht die hoger zijn dan € 125,00 ex. BTW;
er naar het oordeel van het college onvoldoende is afgestemd met noodzakelijke samenwerkingspartners;
het resultaat dat met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten wordt beoogd niet in verhouding staat tot de gevraagde subsidie;
het plan voor kennisdeling met initiatiefnemers van soortgelijke initiatieven naar het oordeel van het college onvoldoende concreet is of het plan niet in voldoende mate zal leiden tot kennisdeling;
het plan voor het uitwerken van het ontwerp van de energievoorziening, als bedoeld in artikel 3.1, onder c, naar het oordeel van het college leidt tot een energievoorziening die:
niet voorziet in de benodigde betrouwbaarheid, rendabiliteit, betaalbaarheid, duurzaamheid, toekomstbestendigheid, beschikbaarheid, haalbaarheid;
niet de voorkeur heeft van de gebouw- en infrastructuureigenaren en –gebruikers in een buurt geniet.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6