Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Best 2020

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. Momenteel zijn er geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen binnen de gemeente Best. Cliënten zijn dus bijdrage in de kosten verschuldigd bij het gebruik maken van algemene voorzieningen. 3.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. 4.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per maand voor: cliënten met een inkomen tot het in de gemeente geldende sociale minimum (110% van de bijstandsnorm); een meerpersoonshuishouden waarbij minimaal één partner nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt . 5.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,96 als opstaptarief en € 0,167 per kilometer. 6.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening of bij verordening aangegeven algemene voorziening wordt bepaald door: een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; (in het geval van een hulpmiddel of woningaanpassing) de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen of huur of eigendom); de hoogte van het pgb. 7.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 8.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel