De voorbereiding van de in artikel 1 bedoelde besluiten ten aanzien van de griffier die zijn voorbehouden aan de raad, wordt namens de raad uitgevoerd door de voorzitter van de werkgeverscommissie.
Aan de voorzitter van de werkgeverscommissie wordt de bevoegdheid gemandateerd inzake de in artikel 1, lid 1, bij c en d genoemde onderwerpen, voor zover het de griffier betreft.