Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

wijzigen of intrekken vergunning of instemming

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Meierijstad. (AVOI Meierijstad)

Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of instemming wijzigen of intrekken, als: de in de vergunning of instemmingsbesluit benoemde werkzaamheden niet binnen één jaar na de datum waarop de vergunning of het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden zijn voltooid; de kabel en/of leiding definitief buiten gebruik is gesteld; de vergunning of instemming is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning of instemming in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften niet wordt nageleefd; na het verlenen van de vergunning of instemming naar het oordeel van burgemeester en wethouders gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning of de instemming onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning of instemming niet kan worden tegemoetgekomen; dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut; er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van gemeente, behorende tot de openbare grond, aan derden. Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning of instemming dan nadat zij de houder van de vergunning of instemming hebben gehoord. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning of instemming kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels en/of leiding(en) te verplaatsen of deze te verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel