Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van
binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe
belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in
hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens
eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
noemen: eigenarenbelasting.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in
gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te
verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
volgtijdelijk gebruik aangemerkt als gebruik door degene
die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld;
degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft
gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
op degene aan wie die zaak ter beschikking is
gesteld.”
Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die
bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is.
Artikel 1
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de onroerende zaakbelasting 2011