De belasting moet worden betaald in drie gelijke
termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
laatste dag van de maand die volgt op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke
volgende termijn steeds één maand later.
In afwijking van het eerste lid worden, indien het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet voorkomende
aanslag dan wel de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de
belastingen betaald in acht gelijke termijnen als de
verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn
vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
vermeld en elke volgende termijn steeds één maand
later.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de onroerende zaakbelasting 2011