Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 3.1.

Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Meierijstad als nadere regel ter uitwerking van de AVOI

De werkzaamheden moeten qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven. Verder geldt: een weg mag in principe maar aan een kant worden afgesloten; er moet altijd minimaal een rijstrook beschikbaar zijn; als het onvermijdelijk is dat een weg toch volledig afgesloten moet worden, moet de grondroerder ten minste 4 werkweken voor aanvang van de werkzaamheden een gedetailleerd verkeers-, werk-, en tijdsplan ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente en de afsluiting afstemmen met de coördinator Na goedkeuring van het verkeers-, werk-, en tijdsplan zullen de hulpdiensten en de OV-diensten, wegbeheerder en buurtbusdiensten ten minste 3 werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd worden door de gemeente over de wegafsluiting. De vooraankondigingsborden moeten 1 werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg door de grondroerder geplaatst worden; brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven; de minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,50 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,50 m en moeten altijd gewaarborgd zijn; objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden. Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en mindervalide voetgangers die vaak gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden. Als de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen benaderen of de bereikbaarheid van winkels, bedrijven of percelen van andere belanghebbenden niet gegarandeerd kan worden dan moet de grondroerder minimaal 3 werkweken vooraf overleggen met de coördinator en/of toezichthouder zodat tijdig afspraken gemaakt kunnen worden om afdoende maatregelen te kunnen nemen.

Rechtspraak bij dit artikel