Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor:
Bomen met een stamomtrek van minder dan 100 centimeter, gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, tenzij het bomen betreffen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant of waarop een instandhoudingsplicht rust;
Bomen, ongeacht de stamomtrek, op een bouwperceel met een oppervlakte kleiner dan 300 vierkante meter, tenzij het bomen betreffen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant of waarop een instandhoudingsplicht rust;
Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet voor houtopstanden buiten de bebouwde kom in de zin van de Boswet, indien het betreft:
Populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;
Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
Fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
Kweekgoed;
Houtopstand welke een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan tien are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen bevat dan twintig.
Het in het eerste lid gesteld verbod geldt tevens niet voor:
Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college van burgemeester of wethouders. De in deze verordening opgenomen bepalingen betreffende herplant/instandhouding/compensatie blijven wel van toepassing;
Houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
Het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud;
Het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheersmaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van regulier onderhoud.