Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Intrekking

Onderdeel van Bomenverordening Twenterand 2016

Het college van burgemeester en wethouders kan de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken op basis van de volgende gronden: Als binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning; Indien onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt ter verkrijging van de vergunning; Indien na het verlenen van de vergunning, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden, (gedeeltelijke) intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan vergunning is verleend; Als geen sprake is van nakoming van de aan de vergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen; Als de houder of rechthebbende om (gedeeltelijke) intrekking verzoekt.

Rechtspraak bij dit artikel