Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels briefadres Veenendaal

De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever overlegt bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs van de aangever; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; en, een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 sub a. De aangever, dan wel de briefadresgever, licht desgevraagd het verzoek in persoon toe. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 sub d., is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2 sub a. onder vi. en vii., blijkt de noodzakelijkheid daarvan uit een onderliggend dossier. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. Lid 7 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP. De briefadresgever is een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die zijn zetel heeft in Nederland en die door de burgemeester is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel