Op grond van artikel 10, lid 1 van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
Voor restafval van huishoudens:
De toegewezen boven- en/ of ondergrondse verzamelcontainer dan wel als uitwijklocatie toegewezen boven- en/ of ondergrondse verzamelcontainer voor restafval die al dan niet toegankelijk is met de bij het perceel behorende milieupas;
De ter beschikking gestelde minicontainer indien door de gemeente geen boven- en/ of ondergrondse verzamelcontainer is aangewezen.
Voor GFT van huishoudens:
De toegewezen boven- en/ of ondergrondse verzamelcontainer dan wel als uitwijklocatie toegewezen boven- en/ of ondergrondse verzamelcontainer voor gftafval die al dan niet toegankelijk is met de bij het perceel behorende milieupas;
De ter beschikking gestelde minicontainer indien door de gemeente geen boven- en/ of ondergrondse verzamelcontainer is aangewezen.
Voor papier en karton van huishoudens:
De verzamelcontainers in milieuparken en de milieustraat.
Voor kunststof en/ of PMD van huishoudens:
De daartoe bedoelde verzamelcontainers in milieuparken en de milieustraat.
Voor verpakkingsglas de daartoe geplaatste glascontainers;
Voor textiel de daartoe geplaatste textielcontainers;
De milieustraat aan de Taanderstraat 1 te Katwijk en de milieustraat op bedrijventerrein Gravendam, Walserij 11 worden aangewezen als brengdepot waar afvalstoffen conform het acceptatiereglement van de milieustraat gebracht kunnen worden.
Artikel 4.