Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt op jaarbasis 80% zonder meer uitgekeerd. 20% wordt uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen. Verrekening vindt pas plaats als in november blijkt dat een raadslid meer dan 25% van de in de afgelopen 12 maanden gehouden raadsvergaderingen niet aanwezig was, waarbij geldt dat op een avond met een hamerraad aanwezigheid bij één of meer raadssessies (in het tijdvak tussen 19.45 uur en 22.45 uur) ook wordt aangemerkt als aanwezigheid bij een raadsvergadering. Indien van toepassing wordt de korting jaarlijks verwerkt in de raadsvergoedingen over de maanden november t/m januari.
Artikel 2.